Elke leerling op het RLO wordt begeleid door een mentor. De mentor in de eerste klas wordt ondersteund door leerlingen uit de bovenbouw, de zogenaamde ‘peters’ en ‘meters’. Daarnaast worden de leerlingen ondersteund door een afdelingsleider en een decaan of indien nodig door iemand van ons zorgteam.

De mentor:

  • begeleidt de klas als groep;
  • begeleidt de leerlingen individueel (leerresultaten, persoonlijke zaken);
  • behartigt de belangen van de klas bij vakdocenten en schoolleiding;
  • is voor ouders de eerstaangewezen contactpersoon.


De afdelingsleider:

  • coördineert de begeleiding van de leerlingen in de afdeling;
  • bereidt samen met de mentor de rapportvergaderingen voor en zit die voor;
  • is verantwoordelijk voor de organisatie van het onderwijs in de eigen afdeling;
  • bespreekt, indien nodig of gewenst, problemen met leerlingen;
  • is voor ouders de eerstaangewezen contactpersoon van de schoolleiding.


De decaan:

  • begeleidt de leerling bij de keuze van de eindexamenvakken (de profielkeuze);
  • begeleidt de leerling bij de keuze van de vervolgopleiding;
  • houdt groeps- en individuele gesprekken met leerlingen, gericht op de bewustwording van eigen wensen en mogelijkheden;
  • informeert en ondersteunt mentoren bij activiteiten op het gebied van loopbaanoriëntatie van leerlingen.


‘Peters’ en ‘meters’ in de brugklassen:

  • ondersteunen de mentor bij de begeleiding;
  • helpen de mentor bij het organiseren van activiteiten;
  • zijn het aanspreekpunt voor leerlingen met vragen.

Onze decanen helpen je bij het kiezen van je profielvakken in 3 havo en in 3 en 4 vwo/tto. Tijdens een ouderavond geeft de decaan informatie over de keuzemogelijkheden. Leerlingen krijgen les van de decaan en gebruiken een online methode (RLO.dedecaan.net). Daarnaast kunnen de leerlingen van het RLO gebruik maken van de “Studiekeuzeapp” inclusief gratis toegang tot de Keuzegids. Vanaf de 3de klas krijg je ieder jaar een informatieboekje waarin je alles nog eens rustig na kunt lezen.

In de bovenbouw ga je je bezighouden met de vraag wat je na de middelbare school wilt gaan doen. Studeren, reizen, werken? Het is jouw beslissing. De decaan en je mentor helpen je graag. Ze vertellen je natuurlijk niet wat je moet gaan doen, maar ze kunnen je helpen om je gedachten op een rij te zetten zodat je zelf een volgende stap kunt zetten. Op het RLO krijg je hierbij een intensieve begeleiding.

Een instelling bezoeken op een open dag, proefstuderen of meelopen: het zijn goede manieren om erachter te komen of een opleiding bij je past. Voor voorlichtingsactiviteiten onder schooltijd kun je verlof aanvragen bij je decaan. Dat doe je voor middel van een verlofbrief.

Voor leerlingen die op zoek zijn naar verbreding of verdieping: je decaan is ook de contactpersoon voor Pre-HBO (voor 4 havo), en de Pre University-programma’s van de universiteiten van Leiden en Delft (voor 5 vwo).

Elke afdeling op het RLO heeft een eigen decaan:

havo: Sven Eberwijn
T 071-5193538, kamer 219
E s.eberwijn@rijnlandslyceum-rlo.nl

vwo / tto: Ineke van der Sar
T 071-5193539, kamer 219
E i.vandersar@rijnlandslyceum-rlo.nl

ISRLO (internationale afdeling): Anne Lamers
T 071-5193510, kamer N101
E a.lamers@rijnlandslyceum-rlo.nl
For more information: https://www.isrlo.nl/content/careers-counsellor

Leerlingen met dyslexie die bij aanmelding een testrapport overleggen worden automatisch bekend bij de ondersteuningscoördinator. In de brugklas wordt bij het vak Nederlands en bij de moderne vreemde talen aandacht besteed aan spelling. Leerlingen die uitvallen bij de talen na de eerste periode maken een signaleringsdictee. Als de uitkomsten afwijken volgen de leerlingen steunles Nederlands gedurende 2 periodes. Hierna volgt weer een dictee. Indien de resultaten tegenvallen worden de ouders van de afwijkende uitkomsten op de hoogte gesteld en kunnen in voorkomende gevallen besluiten hun kind extern te laten testen.

Leerlingen bij wie dyslexie is of wordt vastgesteld kunnen aanspraak maken op extra tijd bij toetsing of kunnen gebruik maken van een laptop en/of werken met Kurzweil. Docenten zijn op de hoogte van het fenomeen dyslexie en weten wie van hun leerlingen dyslectisch zijn. Het dyslexieprotocol op de website geeft nadere informatie.

Het kan voorkomen dat een leerling specifieke ondersteuning nodig heeft.

Conform de wet Passend Onderwijs heeft de school een zogenaamd schoolondersteuningsprofiel opgesteld. Het geeft ouders, leerlingen en andere betrokkenen inzicht in de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

De interne ondersteuningscommissie (IOC) adviseert over de benodigde ondersteuning. Het team bestaat uit:

  • de ondersteuningscoördinator
  • externe deskundigen op het gebied van jeugdzorg
  • leerplicht en GGD
  • (indien nodig) betrokken docenten en/of ouders

De trajectklas is een plek binnen school waar leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte extra begeleiding kunnen krijgen. Te denken valt aan leerlingen met autisme of concentratie- en gedragsproblemen, maar ook leerlingen die door een chronische ziekte of angstproblematiek ondersteuning nodig hebben of moeten re-integreren in het schoolproces. Het is overigens niet de bedoeling dat een leerling volledig onderwijs gaat volgen in de trajectvoorziening, maar juist in een begeleidingstraject ondersteund wordt bij bepaalde specifieke vaardigheden.

Als leerling is je eerste aanspreekpunt altijd je mentor. Maar als je om wat voor reden dan ook niet bij hem of haar terecht kan, of je problemen zijn van ernstiger aard, dan zijn er de volgende mogelijkheden:

Interne vertrouwenspersonen
Bij vertrouwenskwesties kan je je als leerling (of ouder) melden bij de vertrouwenspersonen van de school: Marja Selier of Michiel Hugens.


Externe vertrouwenspersonen
Voor zaken die meer vertrouwelijkheid eisen zijn er externe vertrouwenspersonen, verbonden aan het Centrum Vertrouwenspersonen Plus: tel. 06-81316936. Zie ook de website www.cvp-plus.nl.


Jeugdgezondheidszorg (GGD)
Je kunt als leerling terecht bij de GGD met vragen over je geestelijke en lichamelijke gezondheid. Allerlei zaken zijn bespreekbaar, zoals bijvoorbeeld vriendschappen, ruzies, seksualiteit, pesten, alcoholgebruik of roken.